Instructies RIZIV voor nieuwe getuigschriften

Sinds 1 juli 2015 bent u als zorgverlener wettelijk verplicht om het van de patiënt ontvangen bedrag voor de verleende verstrekkingen (betaling met geld of via bankkaart) op het deel ontvangstbewijs van het getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering te vermelden.

Opdat u gemakkelijker zou voldoen aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot het vermelden van het ontvangen bedrag en van het nr. van de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO), zijn ook de getuigschriften voor verstrekte hulp aangepast en vereenvoudigd sinds 1 juli 2015.

 

Meer informatie vindt u op de website van het RIZIV en hieronder.

 

De RIZIV-instructies over het vakje KB

Op het ontvangstbewijs moet u het bedrag invullen dat u effectief ontvangt. Op het getuigschrift zelf is er echter ook een vakje voorzien om een bedrag in te vullen. Wat moet u hier invullen volgens een update van de RIZIV-instructies?

Het vakje ‘KB’

Niet alleen op het ontvangstbewijs dat aan een getuigschrift voor verstrekte hulp hangt, moet u een bedrag invullen, ook op het getuigschrift zelf is er een vakje voorzien waarin u een bedrag kunt invullen. Het gaat om het vakje ‘KB 15.07.2002’. Dat vakje heeft te maken met het remgeld. Het ziekenfonds kan aan de hand van de vermeldingen in dat vakje nl. nagaan welk remgeld u aangerekend heeft en aan de patiënt terugbetaald moet worden. Bovendien dienen de vermeldingen in dat vakje om te controleren of de patiënt nog onder de maxima van de zgn. maximumfactuur blijft. Nu er sinds enkele maanden nieuwe getuigschriften zijn, heeft het RIZIV op 16.02.2016 zijn instructies over “Hoe de verstrekte hulp aanrekenen op het getuigschrift?” nog eens op een rijtje gezet, waaronder die inzake het vakje remgeld. Even kijken.

De patiënt betaalt het remgeld

De basisregel is nog altijd dat u in het vakje KB ofwel ‘ja’ invult, ofwel een bedrag invult, u heeft dus de keuze. Als u een bedrag invult, moet u echter het volledige bedrag dat u vraagt, invullen (en dus niet het bedrag van het remgeld alleen). Stel, het conventietarief voor een prestatie bedraagt € 50 en het remgeld bedraagt € 5. Dan vult u ofwel ‘ja’ in, ofwel ‘€ 50’ (en dus niet € 5). Stel, u bent niet geconventioneerd en u vraagt € 53 voor deze prestatie. Dan vult u ofwel ‘ja’ ofwel ‘€ 53’ in. De facto kiest men meestal voor het eerste...

Let op ! Ook als de patiënt nog niet betaalt op het moment waarop u het getuigschrift afgeeft, bv. omdat hij zal overschrijven, gelden dezelfde regels: ofwel vult u ‘ja’ in, ofwel het ‘volledige’ bedrag, ook al is dat nog niet geïnd. Het is dus niet omdat u nog niet betaald wordt, dat u het vakje KB blanco mag laten. Dat vakje heeft immers alleen met het remgeld te maken, maar heeft niets met een mogelijk bewijs van betaling te maken. Voor dat laatste dient het ontvangstbewijs onderaan. Dat mag u dus wel blanco laten, meer nog, u moet het zelfs doorstrepen en bewaren wanneer de patiënt via overschrijving zal betalen.

De patiënt betaalt geen remgeld

Wanneer u geen remgeld aanrekent aan de patiënt, het zou bv. om een familielid kunnen gaan, moet u ‘nee’ invullen in het vakje KB. U kunt er echter ook weer voor kiezen om een bedrag in te vullen, en dan gaat het opnieuw om het volledige gevraagde bedrag. In ons voorbeeld van een prestatie van € 50, waarvan € 5 remgeld, wil dit zeggen dat u maar € 45 vraagt aan de patiënt en dus ook € 45 invult in het vakje KB.

De patiënt betaalt gedeeltelijk remgeld

Het zou ook kunnen voorkomen dat u de patiënt wel remgeld laat betalen, maar slechts een fractie van dat wettelijk remgeld. In dat geval bent u verplicht om een bedrag in te vullen in het vakje KB en kunt u dus niet voor een andere vermelding à la ‘ja/nee’ opteren. Het bedrag dat u moet invullen, is dan eens te meer het volledige gevraagde bedrag. Stel bv. dat u voor een prestatie waarvoor het tarief € 50 bedraagt, waarvan € 5 remgeld, € 47 vraagt aan de patiënt. Dan moet u in het vakje KB ook € 47 invullen.

Let op! De vermelding in het vakje KB wordt uiteraard scherp in het oog gehouden door de ziekenfondsen.

Ook in het vakje KB moet u het volledige gevraagde bedrag, en niet dat van het remgeld alleen, invullen, zelfs wanneer de patiënt nog niet onmiddellijk betaalt. Tenzij u slechts een gedeeltelijk remgeld vraagt, kunt u er echter ook voor opteren om geen bedrag in te vullen en u te beperken tot de vermelding ‘ja/nee’.